Vogelschieten als voorjaarsritueel
Tot op heden zijn de achtergronden van het vogelschieten in mist gehuld. Waarom schieten de schutters op een vogel? Waarom kronen ze de winnaar van het vogelschieten tot koning? Waarom noemen ze hem niet opperman of hoofdman? We kunnen slechts een verklaring voor dit fascinerende fenomeen vinden, wanneer we het vanuit de culturele traditie en de belevingswereld van weleer duiden.
In oude reglementen is sprake van 'voghel ofte papagaey' schieten dat traditioneel in het voorjaar plaatsvond (en vindt). Zie hier de sleutelwoorden die tot zingeving leiden wanneer we ze betrachten door de ogen van onze 'emotionele en cyclisch denkende' 16e en 17e eeuwse voorouders. Waar ons denken door de rationaliteit van de Verlichting is bepaald en wij via de Industriële Revolutie in het tijdperk van cyberspace zijn aanbeland, is niet alleen een kloof in de tijd ontstaan. Onze voorouders wisten minder makkelijk oorzaak en gevolg door middel van logische redenaties te scheiden dan wij nu plegen te doen. Oorlogen, blikseminslagen, misoogsten en pestepidemieën, om een paar levensbedreigende zaken te noemen, werden door de 'emotionele geest van de 16 en 17e eeuw' eerst en vooral op het conto van de 'oerkrachten der natuur' geschreven. Ook wanneer de pastoor die krachten als de 'God's straffende hand' typeerde.
Voorts leefde men van seizoen tot seizoen. Was de lente vruchtbaar en de zomer zacht, dan kon in de herfst voldoende voedsel worden geoogst om de winter door te komen. Zo niet, dan werd waarschijnlijk honger geleden.
Wanneer de (onwetende) mens zo afhankelijk is van de grillen der natuur, zoekt hij naar wegen en mogelijkheden om die natuur naar zijn hand te zetten. Omdat hoop doet leven, werd (en wordt) geloof en bijgeloof vermengd tot een culturele brei waaruit 'als vanzelf' rituelen ontsproten. Zo ook het vogelschieten, dat nog het beste kan worden opgevat als de tegenhanger van het ons beter bekende oogstdankfeest.
De 'voghel ofte papagaey' was een zinnebeeld van de vruchtbaarheid van het voorjaar, evenals Afrodite, ofwel de Griekse godin, die in de gedaante van een vogel van de Olympus afdaalde om de stervelingen vruchtbaarheid te schenken, evenals de 'Heilige Geest', die traditioneel in de gedaante van een vogel wordt afgebeeld en evenals de duif van Noë, die de palmtak bracht ten teken dat de zondvloed - zinnebeeld van de winter - voorbij was.
Door die vruchtbaarheid in de vorm van een bonte vogel of papagaai 'af te schieten', kon zij als een feniks met hernieuwde kracht in de persoon van de schutterskoning herrijzen. Dus kreeg hij de zilveren vogel omgehangen, ten teken dat 'de kracht van het voorjaar in hem was'. Mede omdat de schutter tijdens het vogelschieten toonde 'de beste der besten' te zijn, noemde men hem in feodale traditie koning, afgeleid van het oud Griekse aristos. In dit ritueel van het vogelschieten is tot op heden weinig veranderd, zij het dat wij nu moeite hebben om de emotionele duiding van het culturele mechanisme rationeel te accepteren.

Twee koningsparen tijdens de beoordelingen, te weten Sint Lucia Horst (links) en Sint Jan Grubbenvorst (rechts)