Het Limburgs Schutterij Museum
Het schutterijwezen kent een eeuwenoude, diepgewortelde traditie in de Nederlands en Belgisch Limburgse samenleving. De belangen van circa 170 schutterijen worden behartigd door de Oud Limburgse Schuttersfederatie.
Het schutterijwezen heeft ons door de eeuwen heen een rijke collectie nagelaten van vaandels, buksen, uniformen, koningszilver, onderscheidingen, documentatie enz. Deze attributen verdienen het voor het nageslacht geconserveerd te worden. Maar dat niet aileen, ook verdient deze waardevolle collectie een waardige plaats waar zij en onze nakomelingen ze kunnen bewonderen, een schutterij museum.
Eerdere pogingen om een dergelijk museum op te richten ten einde dit culturele erfgoed op een blijvende en verantwoorde wijze ten toon te kunnen stellen waren slechts een kort leven beschoren. Hierbij zij verwezen naar musea in Hoensbroek en Stramproy, welke achtereenvolgens vanwege diverse omstandigheden, hun deuren moesten sluiten.
Mede door toedoen van de Stichting Garde Tegeliers werd enkele jaren geleden een opstap gemaakt om de inmiddels op afgelegen zolders resp. kelders gelegen schuttersattributen aan een breder publiek voor te stellen. Een stichting werd in het leven geroepen die startte met een tijdelijke expositie in de botanische tuin Jochumhof te Steyl, waarbij dankbaar gebruik werd gemaakt van de ondersteuning van het Euregionale Towana project. Uiteindelijk betekende deze stap de opmaat tot de definitieve vestiging van het Limburgs Schutterij museum in Steyl. Door een brand in 2008 is het museum tijdelijk gesloten, wel wordt er gebruik gemaakt van een reizende expositie.
Met medewerking van het toenmalige gemeentebestuur van Tegelen, de Paters van het Missiehuis alsmede de inzet vele, vele vrijwilligers werd de voormalige kapel de Notre Dame, wezenlijk onderdeel van het monumentale kloostercomplex van de Missie Paters, als definitief museum ingericht.
In korte tijd werd de in minder goede staat verkerende kapel, waarvan zoveel mogelijk authentieke onderdelen bewaard zijn gebleven, opgeknapt. De ruimten zijn zo ingericht dat alle facetten van het schutterijwezen op een fascinerende wijze aan het publiek gepresenteerd worden.
De eeuwenoude geschiedenis van de schutterijen uit Belgisch en Nederlands Limburg wordt hierbij op een levendige wijze gekoppeld aan de hedendaagse beleving ervan. Het Oud Limburgse Schuttersfeest, eveneens bogend op een rijke en oude traditie (Landjuweel) is hiervan een succesvol bewijs dat een groot publiek aanspreekt.
Op 25 augustus 2001 werd het museum in het kloosterdorp Steyl (dat sinds de gemeentelijke herindeling dee! uit maakt van de gemeente Venlo), feestelijk geopend.
De entreeprijs voor volwassenen bedraagt ? 3,00, 65-plussers ? 1,50 en kinderen tot 12 jaar ? 1,00. Groepen eventueel op afspraak: tel. 077-3735284
Voor meer informatie kijkt u op de website www.schutterijmuseum.nl
SCHUTTERIJMUSEUM
Het Limburgs Schutterij Museum is Steyl werd op 25 augustus 2001 geopend. De museumcollectie, die jarenlang in dozen en zakken had liggen te verkommeren in de kelder van een bankgebouw, kreeg daarmee eindelijk een definitief onderkomen.
Een uitslaande brand maakte op 10 april 2008 een (voorlopig) einde aan de activiteiten van het museum. De collectie bleek weliswaar voor een groot deel nog schoon te maken of te restaureren, maar het gebouw was reddeloos verloren.
TOEKOMSTDROOM
Wijlen OLS-president Frans Wolters bij de opening van het museum in Steyl in 2001: ?Dit is nog maar het begin. Dit museum zou uit moeten kunnen groeien tot een compleet en professioneel gerund informatie- en documentatiecentrum over het schutterswezen in de beide Limburgen?.
Het museum lééft nog
In een loods ergens achteraf op een bedrijventerrein in Tegelen werkt het Limburgs Schutterij Museum hard aan zijn wedergeboorte. Het schoonmaken en restaureren van de door brand beschadigde collectie ligt mooi op schema. Nu het onderdak nog.
Priegelwerk? Zo mag je het inderdaad wel noemen, lacht Ria Jorissen uit Geleen. Haar wijsvinger glijdt over het antieke schuttersvaandel dat ze net onder handen heeft gehad. ?Zie je die gouden draadjes, die gouden stiksels? Die waren helemaal weg. Die heb ik er stuk voor stuk en steekje voor steekje opnieuw op moeten zetten.? Zes weken werk heeft ze erin gestoken, telt ze uit. Ria Jorissen maakt deel uit van een klein legertje vrijwilligers dat nu al bijna driekwart jaar iedere woensdag vanuit vrijwel alle hoeken van Limburg afreist naar Tegelen om te helpen bij de restauratie van de collectie van het uitgebrande Limburgs Schutterij Museum in Steyl . Haar man Sjeer doet ook mee, wijst ze naar een tafel verderop, waar twee mannen geconfronteerd met doeken en koperpoets bezig zijn. ?Die zit bij de schoonmaakploeg?.
De datum 10 april 2008 staat bovenaan een zwarte bladzijde in de historie van het Limburgs Schutterij Museum. Een uitslaande brand legde het onderkomen van het museum in Steyl in de as. Er was één lichtpuntje: Hoewel het er aanvankelijk op leek dat het grootste deel van de collectie verloren was gegaan, bleek uiteindelijk de schade relatief mee te vallen. Een aanzienlijk deel van de verzameling schutterszilver werd nog in redelijke staat onder de puinhopen vandaan gehaald. En dankzij snel en adequaat ingrijpen van de brandweer kwam ook een flinke hoeveelheid uniformen en andere schuttersgerei er nog redelijk vanaf. Uiteindelijk kwam alles wat uit de puinhopen van het museum gered kon worden in een loods op een bedrijventerrein in Tegelen terecht. Daar werden de spullen gesorteerd en opgeslagen, gedroogd, geïnventariseerd. En daar wordt nu al maanden hard gewerkt aan de restauratie. ?We hebben al heel snel een soort driestappen plan opgesteld?, zegt voorzitter Henk Vossen. ?De eerste stap: Inventariseren. Hoe staan de zaken ervoor? Is er voldoende van de collectie over om het verhaal te vertellen dat we willen vertellen? Nou, daar waren we vrij snel uit. We hebben nog genoeg in huis. En bovendien is ons inmiddels door veel schutterijen weer van alles aangeboden. Het museum lééft nog. We kunnen verder. En we willen ook verder. Maar we gaan niet overhaasten. We willen vooral een góéde herstart maken. En ook een definitieve. Geen tijdelijke oplossingen. Daar hebben we in het verleden genoeg slechte ervaringen mee gehad. We waren in Steyl goed bezig, en op die weg willen we doorgaan?.
Tijd voor fase 2 van het driestappenplan: De restauratie van de collecties. Die fase is nu volop gaande, leert een kijkje in de loods in Tegelen. In een aparte ruimte hangt vrijwel de volledige verzameling uniformen al weer te glimmen, net terug van de stomerij, netjes in plastic verpakt. Overal in de hal staan en liggen paspoppen, sommige al weer zo goed als nieuw, andere nog in uiteenlopende stadia van herstel. De wapencollectie is zo goed als gerestaureerd. Op een rek liggen tientallen beschadigde vaandels, netjes opgerold in beschermend papier, te wachten tot ze onder handen worden genomen. ?Er is al heel veel gebeurd, en er moet nog heel veel gebeuren?, vat conservator Luc Wolters nuchter samen. In een apart hoekje ligt een stapel verbrand leer, kromgetrokken en geblakerd metaal, half verkoolde kleding. Wolters: ?Dit is de afdeling ?niet meer te redden?. Die krijgt straks een plaatsje in het nieuwe museum. Ter herinnering aan de brand. Ook dat is een schuttershistorie?.
Het nieuwe museum. Dat is een fase drie van het stappenplan. Ook dáár wordt aan gewerkt. Penningmeester Pieter Ebus: ?We willen in principe graag terug naar Steyl. Daar zijn ook al contacten over met de apters, onze ?huisbaas?, zeg maar. Er ligt een plan voor de herbouw van het afgebrande pand, de vergunningen zijn aangevraagd. De vraag is alleen: Is daar straks plaats voor ons en onder welke condities. Dat moeten we even afwachten. Er is ons van diverse zijden steun toegezegd, ook financieel. En er zijn nog tal van subsidiebronnen die we aan kunnen proberen te boren. Dan moeten we wel iets concreets op tafel leggen. En dat is er op dit moment nog even niet?. Maar het komt goed met het Limburgs Schutterij Museum. Daar twijfelt in de loods in Tegelen niemand aan.
Schutterij Museum tijdelijk ?mobiel?
Dat er achter de schermen hard wordt gewerkt aan de restauratie van de collecties van het Schutterij Museum is mooi, maar het is niet genoeg, vindt het bestuur. Een museum bestaat immers vooral bij de gratie van zijn achterban, zijn bezoekers. Nu de liefhebbers van het schutterswezen niet naar het museum kunnen komen, gaat het museum daarom ?het veld in ? om de schutterswereld actief op te zoeken. Met een reizende expositie. ?Het is de bedoeling dat die mobiele tentoonstelling het komend jaar een aantal aanlegplaatsen in de beide Limburgen aandoet?, vertelt conservator Luc Wolters. ?We proberen aansluiting te zoeken bij evenementen waar zich een groot schutterspubliek verzamelt. Zo willen we bijvoorbeeld nadrukkelijk aanwezig zijn bij het Oud Limburgs Schuttersfeest in juli aanstaande in Neer. Daarvoor hebben we al contact gezocht met het Leudalmuseum in het naburige Haelen?. Ook bij het Europees Schutterstreffen, dat eind augustus in Het Belgisch-Limburgse Kinrooi wordt gehouden, wil het Limburgs Schutterij Museum op deze manier zijn gezicht laten zien. Conservator Wolters: ?Om het publiek ervan te doordringen dat we er echt nog steeds zijn, en achter de schermen hard werken aan een nieuwe toekomst?.


