Modelste Generaals binnen de schutterijen

Zolang ik mij in mijn schuttersloopbaan kan heugen, zijn er beoordelingswedstrijden op de schuttersfeesten voor de generaals van de schutterijen. Aan deze wedstrijden werd en wordt deelgenomen door de officieren van de schutterijen, die daadwerkelijk zijn benoemd in de rang als generaal. Volgens de normen van de Oud Limburgse Schuttersfederatie mogen ook de officieren in de rang van luitenant-generaal en generaal-majoor deelnemen. Aangezien er slechts twee wedstrijden zijn (Mooist geklede en Modelste Generaal) en er slechts per wedstrijd één generaal mag deelnemen, kan dit intern de vereniging tot enige discussie leiden, ten minste als de drie generaalsrangen binnen de vereniging daadwerkelijk aanwezig zijn. Ondanks deze ruime mogelijkheid tot deelname aan de beoordelingswedstrijden constateren we de laatste jaren een lichte daling, voornamelijk bij de wedstrijd Modelste generaal.
 
Een mogelijke reden daarvoor kan zijn dat in de Normen duidelijker naar voren is gekomen dat aan de ´modelste generaal´ vragen gesteld mogen worden waarbij speciaal gelet wordt op kennis van het uniform, de uitmonstering en rangaanduiding alsmede het beheersen van de exercitie (welke de eigen vereniging beoefend). Gelukkig is er sinds enkele jaren een handleiding voorhanden voor de generaals en jury waarin een aantal zaken nader zijn uitgewerkt en waarin vragen zijn opgenomen waaruit de jury kan putten[1]. Dus de kandidaat weet wat hem gevraagd kan worden, de jury weet wat zij mogen vragen. Naar mijn mening is het niet vreemd als je iets voorstelt dat jezelf ook kunt uitleggen wat dat mag zijn en bijvoorbeeld uit welke periode het uniform stamt, wat fourragères zijn en dat je zeker kennis hebt van de exercitie-bewegingen/oefeningen, die je binnen je eigen vereniging uitvoert.
 
Ik kan mij best voorstellen dat een aantal collegae niet meer de energie willen/kunnen opbrengen om steeds alert te zijn op eventuele wijzigingen binnen de Normen en om de kennis omtrent een en ander paraat te houden. Los van het bovenstaande valt mij op dat bij vele collegae de uitmonstering van de uniformen en/of rangaanduiding niet passend zijn bij het betreffende uniform. Bijvoorbeeld het dragen van sterren op de oranje bandsjerp bij een uniform van na 1910, of het dragen van vaardigheidsemblemen op de bovenarm, terwijl zij deze vaardigheid niet bezitten, of de kwasten van de bandsjerp worden op de rechterheup gedragen, het logo op de knopen correspondeert niet met de periode van het uniform. Het is dan logisch dan men niet in de prijzen valt. Ook de huidige juryleden worden steeds beter geïnformeerd en krijgen kennis van de betreffende materie.
 
Het uniform hoort model te zijn, immers de te beoordelen generaal dient een omschrijving van het uniform aan de jury ter hand te stellen waarin de historische verantwoording duidelijk wordt. Wat dan bevreemdend is dat men de wedstrijd open wil stellen voor generaals met een niet-model uniform, dus een fantasie-uniform. In mijn beleving wordt hierdoor afbreuk gedaan aan de wedstrijd zelf en wordt de moeite en energie van de personen, die wel met een model-uniform aantreden, teniet gedaan. Een vorm van wedstrijdvervalsing?
 
Al enige jaren voordat ik daadwerkelijk als generaal werd geïnstalleerd, werd ik door het bestuur van onze schutterij benaderd of ik deze functie binnen de vereniging wilde vervullen. Een en ander betekende dat ik de opvolger zou worden van mijn vader, iets wat mij bijzonder aansprak. Voordat het zover zou zijn moest mijn vader afstand doen van deze functie maar moest ook de vereniging beslissen of zij zich kon verenigingen met het bestuursvoorstel.
 
Vanaf dat moment heb ik mij georiënteerd op deze mogelijke nieuwe functie: wat wil ik zelf, waaraan heeft de vereniging behoefte, wat betekenen de wedstrijden op het terrein en wat zijn de consequenties daarvan. Het bleek al snel dat informatie omtrent een en ander niet zomaar te vinden was. De meest relevante informatie was toen voorhanden bij het voormalige Legermuseum in Delft[2]. Meerdere bezoeken aan dit museum en dan met name recherche in de voormalige geschriften om een duidelijke beeld te verkrijgen van de uniformen, uitrustingstukken en toebehoren van de generaals. Dergelijke bezoeken lonen de moeite en leveren waardevolle informatie op. Zondermeer een aanrader voor iedereen die het schutterswezen een warm hart toedraagt. Daarnaast is er ook nu nog steeds voldoende literatuur/informatie voorhanden waaruit men de nodige informatie kan putten[3].
Op deze manier komen veel wetenswaardigheden boven drijven, bijvoorbeeld:
  • -Jagers en grenadiers kennen geen officier in de rang van generaal (hoogste rang is kolonel). De   schutterij van Stein draagt 'het groot tenue van het regiment Jagers’ uit de periode 1900-1912. Het   generaalsuniform is dan ook een generaalsuniform in de rang van luitenant-generaal uit die periode   echter zonder echte regimentskenmerken.
  • Stadsschutterijen (bijv. Den Haag, Leiden, Maastricht) kenden geen officier in de rang van generaal   (hoogste rang was kapitein). Ook hier worden eventuele generaalsuniformen uitgevoerd conform de betreffende periode. Ook St. Paulus Epen draagt het uniform van een stadsschutterij en heeft een   ‘’algemeen’’ generaalsuniform.
  • Vanaf 1890 werden geen officieren meer in de rang van generaal benoemd.[4]
  • Maarschalk is een rang boven die van generaal en is in 1914 afgeschaft, dit impliceert dat wanneer   men een uniform draagt in een model na 1914 je nooit met de rangonderscheidingstekenen van   maarschalk kunt aantreden.
  • Maarschalksstaven werden gedragen op de kraag van een luitenant-generaal, dus 4 zilveren sterren.
 Toen in 2011 door de leden van de schutterij instemming werd gegeven om mij tot generaal van de vereniging te benoemen, wist ik precies welke kant ik op wilde: aan welke wedstrijd wil ik deelnemen en hoe moet mijn uniform er uit zien.
 
Waarom modelste?
Bij de ‘’mooiste generaal’’ ben ik overgeleverd aan het oordeel van de jury, de subjectiviteit van ‘’mooi’’ is zo divers dat ik bij het ene jurylid 8 punten scoor en bij het andere slechts 7 punten. Bij ‘’modelste’’ kan ikzelf mijn kennis en ervaring naar voren brengen en bepaal ikzelf voor een deel de score. Uiteraard hoort mijn uniform met toebehoren uitstekend verzorgd te zijn, echter eventuele minpuntjes kan ik nivelleren door een goede score bij de vragen omtrent parate kennis en oefeningen.
 
Op basis van de beoordelingsrubrieken van de wedstrijdnormen OLS is mijn uniform (voor zover als mogelijk) hierna gedetailleerd beschreven.
                                                                                                                    
 BEOORDELINGSPUNTEN (conform Normen OLS 2017)
 
1. UNIFORM
  • Gemaakt volgens voorgeschreven model (gala- of veldtenue / groot of klein tenue en verwoord in de omschrijving met historische verantwoording);
 
2. HOOFDDEKSEL 
  • Pasvorm en onderhoud (generaalssteek of kepie afhankelijk van het uniform)
 
3. HANDSCHOENEN
  • In de kleur wit; Oorspronkelijk wit leder, volgens de Normen van enkele jaren wit katoen. De tekst van de huidige Normen laat de keuze vrij.
 
5. SCHOEISEL
  • Halve laarzen of bottines, beiden zonder sierstikwerk;
  • Wordt door de schutterij waarvan de generaal deel uitmaakt, een andere kleur schoeisel gedragen, dan is dit ook voor de generaal toegestaan. (Bij alle historisch verantwoorde uniformen werd zwart schoeisel gedragen[5])
 7. HOUDING EN HANDELINGEN MET DE SABEL
  • De draaghouding van de sabel is beschreven in Paragraaf 5.2 DRAAGHOUDING SABEL; 
  • Een sabel dient voorzien te zijn van een dragon (officiersdistinctief), zie hoofdstuk 5.1;
 
8. EVENTUELE VRAGEN/OPDRACHTEN
Vragen
  • Er kunnen vragen gesteld worden, betrekking hebbende op de rang: generaal-majoor, luitenant-generaal of generaal, (de historie van) het uniform maar ook over de officiersdistinctieven;
  • Vragen dienen betrekking te hebben op het betreffende exercitiereglement hetwelk door de vereniging gevoerd wordt. (Oude exercitie 1914 met sabelexercitie uit 1913 en Nieuwe exercitie 1956).
  • Opdrachten kunnen zijn:
  • Het uitvoeren van handelingen met de sabel, onder andere: het trekken en opsteken van de sabel, groeten met en zonder sabel;
  • Het uitvoeren van bepaalde exercitie-oefeningen, bijv. een stukje marcheren (houding en uitstraling).
 
Het bovenstaande geeft een indruk van wat er vooraf te doen is zodat men goed voorbereid kan deelnemen aan de wedstrijd modelste generaal. Van belang is dat de persoon in kwestie tijdig zelf een besluit heeft genomen omtrent de mogelijkheden. Een ‘’model’’ uniform wijkt qua kosten nauwelijks af van het uniform voor de ‘’mooiste’’. Gaat men op als modelste generaal, dan kan men nog altijd bij tegenvallende resultaten de overstap maken naar mooiste generaal. De omgekeerde volgorde is vrijwel onmogelijk omdat het dan op de details aankomt, die mede bepalend zijn voor de beoordeling.
 
Een oud gezegde: een goede voorbereiding leidt tot een goede uitvoering, is ook hier van toepassing. Verenigingen, maar ook kandidaat generaals, doe uw huiswerk tot plezier van eenieder maar ook voor de instandhouding van de diverse wedstrijden tijdens de schuttersfeesten
 
W.B.A. Hoenen
Generaal schutterij
St. Hubertus Ubachsberg
 
LITERATUURLIJST, INTERNET
  1. Militaire uniformen: tekening van Frans Smits sr.;
  2. Uniformen en emblemen van de Koninklijke Landmacht vanaf 1912 – M. Talens;
  3. Het uniform als optisch communicatiemiddel – Peter Yska, museum Verbindingsdienst;
  4. Het ontstaan van het uniform geschreven door: RR Marijnissen;
  5. H.M.F. Landolt Militair woordenboek (2 delen). A.W. Sijthoff, Leiden 1861
 
Informatie omtrent uniformen:  
Informatie omtrent officiersdistinctieven:
- Link voor de ontwikkeling en afkomst van de sabel:    
     http://www.zwaardvechten.nl/content.php?option=viewitem&id=649
- Sabelkwasten: www.sabels.net
- Officiersdistinctieven in het Nederlandse leger na 1815: De Sjerp http://collectie.legermuseum.nl/sites/strategion/contents/i004555/arma21%20officiersdistinctieven%20in%20het%20nederlandse%20leger.pdf
- Officiersdistinctieven in het Nederlandse leger na 1815: Sterren, snoeren en kwasten: http://collectie.legermuseum.nl/sites/strategion/contents/i004554/arma20%20de%20officiersdistinctieven%20in%20het%20nederlandse.pdf
- Dragons als algemeen officiersdistinctief in het Nederlandse leger
http://collectie.legermuseum.nl/sites/strategion/contents/i004555/arma21%20dragons%20als%20algemeen%20officiersdis.pdf
- Officiersdistinctieven in het Nederlandse leger na 1814: epauletten
http://collectie.legermuseum.nl/sites/strategion/contents/i004553/arma19%20officiersdistinctieven%20in%20het%20nederlandse.pdf
- Epauletten: www.militairmagazijn.nl/uniformen/armamentaria/artikel/uniformen_armas_xml   [1] Handleiding voor de beoordeling bij de wedstrijd modelste generaal (oude of nieuwe exercitie), versie 0.4 dd mei 2014 [2] Dit is tegenwoordig het Nederlands Militair Museum, Verlengde Paltzerweg 1, 3768 MX Soest [3] Zie literatuurlijst [4] Uniformen en emblemen van de Koninklijke Landmacht na 1912 [5] Verwijzing naar boek Teupken